In 1895 stuitte een arbeider, bij het graven van een sloot in de buurt van de Driezumer terp, op ongeveer 500 munten. Deze arbeider zal zich een moment rijk hebben gewaand. Maar nadat hij de munten wat had opgepoetst, sloeg de stemming om. Hij beoordeelde de munten als roestige rommel en verkocht het aan een slager voor een kwartje. Die had de slaap beter uit en verkocht de muntstukken voor veertig gulden. Vele van deze munten zijn zoekgeraakt. Toch zijn enkele nog te bewonderen in diverse musea. Maar wat stond nou eigenlijk op deze munten. Het bleken munten te zijn uit de Romeinse tijd. Op de oudst bewaarde munt staat Valerianus Pater, die van 253 tot 259 na Christus keizer was van het Romeinse Rijk.
In het begin van het eerste millennium was er dus al sprake van permanente bewoning op het grondgebied van het huidige Driezum. Deze bewoning concentreerde zich in het vruchtbare kleigebied ten noorden van ons dorp en wel op de Driezumer terp. Terpen waren kunstmatige verhogingen in het landschap, die noodzakelijk werden door bodemdaling en het stijgen van de zeespiegel. De Driezumer terp is in de Tweede Wereldoorlog afgegraven.
Het waren de terpbewoners die in de 9e/10e eeuw het moerasachtige landschap, dat Driezum omzoomde, in cultuur brachten. Dit gebeurde door het graven van lange sloten, die haaks stonden op een ontginningsas (Achterweg/van Sytzamaweg), waarlangs men boerderijen bouwde. Nadat o.a. Bonifatius, de heidense bewoners had bekeerd tot het christendom, werden er houten kerken gebouwd. In de directe omgeving van de Kerk ontwikkelde zich een buurt en zo kreeg het oorspronkelijke streekdorp echte "buorren".
Hoe komt ons dorp aan de naam Driezum? Dorpsnamen die eindigen op "um", wat
woning of woonplaats betekent, zijn vanaf de 5e eeuw tot het begin van de grote
ontginningen ontstaan. Het eerste deel van de dorpsnaam heeft vaak betrekking op
een naam van een belangrijke persoon (Dries?) of soms op een zaak -natuurlijke
omstandigheid. 'Umnamen' beperken zich grotendeels tot het terpengebied, toch
komen die ook voor in het nieuw ontgonnen gebied, bijvoorbeeld die van Driezum.
Deze naam is dus afgeleid van het terpdorp ten noorden van het huidige dorp.
Hoofdelingen waren van oorsprong adellijke boeren, die op versterkte huizen (stinzen) woonden. In Driezum stonden in de middeleeuwen vijf van deze stinzen. Dit waren Canter State, Halbada State, Ophuystra State, Jarichsma State en Rinsma State. Alleen laatstgenoemde state herinnert nog aan lang vervlogen tijden, dat een adellijke bovenlaag in ons dorp de dienst uitmaakte. Rinsma State is onlosmakelijk verbonden met de familie van Sytzama, die tot 1931 hun domicilie in Driezum hadden. Douwe Jan Vincent van Sytzama is de bekendste uit dit adellijke geslacht.
Rinsma State in 1930 uit Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Hij was de eerste burgemeester van Dantumadeel, lid van de Friese Staten, maar ook kamerheer van Koning Willem III. Deze heer van stand lag vaak overhoop met de Driezumer schoolmeester/dichter Hjerre Gjerrits van der Veen die eens dichtte: "In Doarp mei in hear is in lok, in hear mei in doarp is in flok".
De barons jongste dochter Wilhelmina Christina barones van Sytzama vermaakte bij
notariële akte Rinsma State aan de Van Sytzama stichting. In haar testament
stelde zij een bedrag beschikbaar voor de armen in Driezum. Er mocht geen
uitdeling plaatsvinden aan armen, die rooms katholiek waren. Burgemeester en
wethouders benoemde zij tot regenten, mits zij niet katholiek waren. Zij hebben
de taak: het beheren en instandhouden van de state en het landgoed, maar ook het
beheren van enkele fondsen. In 1942 bood Rinsma State onderdak aan ouden van
dagen. In de oorlog troffen bommen dit tehuis. Het middengedeelte werd door
brand verwoest.
Portret van Hjerre Gjerrits van der Veen
Voordat Rinsma State in 1972 als gemeentehuis dienst zou doen, bood het aan het waterschap "De Walden" tijdelijk onderdak. In 1985 vond een uitbreiding plaats van Rinsma State. Maar er bleef gebrek aan ruimte. Uiteindelijk verkaste het ambtelijk apparaat in 1999 naar het nieuwe gemeentehuis in Damwâld en verkochten de regenten het visitekaartje van ons dorp.
Driezum groeide in de loop der eeuwen uit tot een agrarisch dorp, dat vele middenstanders herbergde en waar de tuin- en cichoreibouw floreerde. De bijnaam "Woartelsted" is ontleend aan de bouw van wortelen die vele Driezumers, in wijde omgeving, aan de man/vrouw probeerden te brengen. Echter deze tijd ligt al ver achter ons.
Geschiedenis van Rinsma State:
Het oudste huis stamt van voor 1747, andere benamingen: Riensma gued, Buwinga
De state is niet toegankelijk, maar het park rond het huis wel.
Te Driezum bevindt zich nog het bos en park van de v.m. Rinsma State.
Bewoners
1511 Peter Buwinga 1539 Wopck Taeckes van Buwinga 1539 - ca 1583 Willem en Taco van Buwinga ca 1583 Wopcke Taeckes van Buwinga ca. 1585 - 1632 Sjadda Wopckes van Buwinga 1632 - ca 1660 Sjadda van Rufferlaerd ca 1660 - 1707 Johanna Agneta van Roeland 1707 - 1745 Horatius Lauta van Aysma 1745 Hessel en Jacob Lauta van Aysma 1745 - 1755 Fecco Dominicus baron van Sytzama 1747 Fecco Dominicus Baron van Sytzama 1755 - 1800 Maurits Pico Diederik baron van Sytzama - Douwe Jan Andries baron van Sytzama - Willem Hendrik baron van Sytzama 1800 - 1829 Johannes Galenus baron van Sytzama - Louis Auguste Fritzsché 1829 - 1886 Douwe Jan Vincent baron van Sytzama 1899 - 1928 Wilhelmina Christina barones van Sytzama 1928 - 1941 Van Sytzama Stichting 1941 - 1971 bejaardentehuis 1971 - 1998 gemeentehuis 1998 - 2002 Jan en Corrie Smeeing 2002 - Dirk Scheringa
In 1511 wordt het vermeld als "Riensma gued" en op een kaart van 1664 als "Buwinga" met het tekentje voor 'edele state'. In 1511 was eigenaar Taco Buwinga (Buingha), getrouwd met Idtzen van Aylva, die te Dantumawoude op Buwinga State woonde. De gebruiker van "Riensma gued" was zijn zoon Peter Buwinga.
In 1539 was Wopck Taeckes van Buwinga eigenaar, maar al enkele maanden nadat hij in het bezit van Rinsma State gekomen was overleed hij en liet de state na aan zijn zoons Willem en Taco. Willem was lid van het Verbond van Edelen en werd op 24 december 1568 te Vilvoorden (bij Brussel) onthoofd vanwege zijn protestantse sympathieën. Taco, goed Rooms Katholiek, bleef op Rinsma wonen en vermaakte de state aan zijn zoon Wopcke Taeckes van Buwinga. Hij overleed vóór 1583.
De volgende Van Buwinga die we tegen komen is Bauck van Buwinga, die getrouwd is met Jan Cornelis Tadema. Ze wonen in 1578 in Rinsumageest en in 1586 in Dokkum. Jan Cornelis is dan grietman van Dantumadeel. Johanna Agneta Op 23 oktober 1707 kwamen Horatius Lauta van Aysma, zoon van Hessel en Johanna Agneta, en zijn vrouw Catharina Recalff op de state wonen vanuit Rinsumageest. Van ca. 1585 tot 1632 is Sjadda Wopckes van Buwinga, dochter van Wopcke Taeckes, en haar man Jacob van Ruffelaerd eigenaar van de state. Op 13 april 1632 erfde Sjadda van Rufferlaerd de helft van Rinsma State omdat haar moeder was overleden en haar vader hertrouwde. Eind 1652 overleed ook haar vader en Sjadda kreeg nu ook de andere helft. In dat zelfde jaar trouwt ze met Joas van Roeland. Het echtpaar krijgt één dochter, Johanna Agneta van Roeland, die na de dood van haar moeder de state erft. Haar moeder was echter hertrouwd met Sierach van Aysma. Deze stiefvader bleef op Rinsma State wonen tot zijn dood in 1706. Johanna Agneta van Roeland trouwde in 1668 (op 17-jarige leeftijd) eerst met Hessel van Aysma, een broer van haar stiefvader en na diens dood met Onuphrius Worp van Peyma in 1680. Zij sterft in 1707 en haar zoon Horatius Lauta van Aysma en zijn vrouw Catharina Recalff gaan dan op 23 oktober 1707 op de state wonen.

Tekening van de State door J. Gardenier Visscher uit 1786
Uit 1707 dateert de volgende beschrijving van Rinsma State: "Seeckere adelyke Huysinge 'Rinsma' genaamd, staande en gelegen te Drysum, voorsien met verscheidene kamers, twee gewelfden kelders, schuyr, paardestal met 3 hovingen en een kruydtuin, alle omset met hagen, geregtigt met een Stem, voorts Cingel, boomen en plantagien, beneffens de Zathe en landen groot naar naam en faam 85 pondematen, daaraan gelegen met een hof, alwaer het meijershuis op staat, bij Doede gabes als meyer gebruykt, sullende in de coop de Enterie beplant met veele Boomen, inde coop der huysinge versmelten."
De zoons van Horatius en Catharina: Hessel en Jacob Lauta van Aysma, beiden beroepsmilitair, erfden de state in juni 1745, maar verkochten het buitengoed in december van dat zelfde jaar. Op 28 december 1745 kocht de 'Hoogh Welgeboren Heer' Fecco Dominicus baron van Sytzama de "heerlijke wel geproportioneerde en logeabele Heerenhuysinge off deftige buitenplaats cum annexis staande en gelegen in den dorpe Driezum, 'Rinsma State' genaamt, begeregtigt met een grote swane Jagt op alle Driezumer Brakken, alsmede een dubbele bank in de kerk, mitsgaders de geheele regel grafsteeden lopende dwars door de kerk van de Suydermuur tot aan de Noordermuur" van de broers Van Aysma.
In 1747 liet Fecco Dominicus het oude huis afbreken en op de zelfde plaats een nieuw huis bouwen. Een steen met opschrift werd toen in de muur geplaatst. Ook werd de tuinaanleg vernieuwd en werden de grachten verlegd. Hij woonde echter niet te Driezum, maar op Beslinga State te Friens. In 1755 erfde zijn zoon Maurits Pico Diederik baron van Sytzama, gehuwd met Catharina Maria van Heemstra, Rinsma State met alles wat daarbij hoorde. Ook zij woonden niet zelf te Driezum, maar hun oudste zoon Douwe Jan Andries baron van Sytzama wel een tijdlang en na hem zijn broer Willem Hendrik baron van Sytzama.
foto komt van de oude site Driezum
In 1800 erfde Johannes Galenus baron van Sytzama de state, maar ook hij woonde hier niet permanent. Hij en zijn vrouw Anna Maria Maclaine woonden officieel op Beslinga State te Friens.In de zomer verbleef de familie enkele maanden op Rinsma State en ‘s winters woonden ze in hun grote huis in Leeuwarden.
Tot 1 september 1829 verbleef op Rinsma State de gouverneur Louis Auguste Fritzsché. Hij vroeg Catharina Maria barones van Sytzama, 42 jaar oud, ten huwelijk, maar vader Johannes galenus weigerde zijn toestemming te geven. Desondanks trouwde zij op 14 oktober 1829 met haar uitverkorene.
In 1843 liet zoon Douwe Jan Vincent, luitenant bij de cavalerie, het pand drastisch verbouwen en de naastgelegen boerderij afbreken. Op 11 september 1843 trouwde hij met Adriana Janke Albarda en dit paar ging dan toch echt op Rinsma State wonen. Ze kregen er zeven kinderen. In januari 1846 werd hij bij koninklijk besluit grietman van Dantumadeel. Hij overleed op Rinsma State in 1886, zijn vrouw stierf in 1891.
In 1899 erfde de jongste dochter, Wilhelmina Christina barones van Sytzama de state. Zij was in 1876 gehuwd met Willem Dirk Haitsma Mulier, burgemeester van Spaarndam. Zij woonde met haar man in Haarlem, maar ’s zomers kwam ze naar Driezum. Op 23 april 1931 is zij te Haarlem gestorven. Bij notariële akte van 15 oktober 1928 vermaakte zij Rinsma State enz. aan de Van Sytzama Stichting.
In 1941 werd het pand ingericht als tehuis voor ouden van dagen. In 1944 werd het door brandbommen verwoest. In 1948 werd het huis herbouwd, een vage afspiegeling van het oudere pand. Vanaf 1971 is het huis als gemeentehuis in gebruik geweest.
Foto Albert Speelman 30 november 2002
In 1998 werd Rinsma State verkocht aan het Soester echtpaar Jan en Corrie Smeeing. Jan is handelaar in onroerend goed, bezit een drietal historische panden te Soest en is eigenaar van de Rivel fietsenfabriek te Surhuisterveen. In het park is veel stinsenflora te vinden en dertien hectare van het vijftien hectare grote landgoed blijft toegankelijk voor het publiek.
Yn 2002 waard Rinsmastate oankocht troch Dirk Scheringa. Syn frou komt út Driezum en sy binne yn 1973 sels ek yn Rinsmastate troud. Hy hat de state wêr yn âlde styl opknappe litten. De kantoarútbou oan de achterkant, taheakke doe't it gebou brûkt waard as gemeentehûs, is wêr fuorthelle. Ek is it park om de state wer opknapt.
foto`s van www.steenhouwer.nl
Trouwen in landhuis van Scheringa Driezum januari 2009
© ProFlash Fotografie Drachten
Het landhuis Rinsma State te Driezum is weer beschikbaar als trouwlocatie in de gemeente Dantumadiel. Het huis dat tegenwoordig eigendom is van Dirk Scheringa was tussen 1971 en 1999 een gemeentehuis. Vanaf 1 april 2009 zal landhuis Rinsma State weer 'huis der gemeente' zijn voor trouwlustigen.
meer...www.waldnet.nl/wn/nieuws/23687/
Rinsma State in Driezum in de verkoop Driezum 20 oktober 2009
Rinsma State in Driezum van Dirk Scheringa wordt mogelijk verkocht. Het oude gemeentehuis valt onder DSB Beheer en Scheringa gaf maandagavond in de uitzending van Pauw en Witteman aan dat ook hiervoor het faillissement zal worden aangevraagd. Onder DSB Beheer vallen ook andere bezittingen zoals het AZ stadion en het museum.
meer...www.waldnet.nl/wn/nieuws/26659/
Rinsma State voor vastgoedbelegger Driezum 25 november 2010
Vastgoedbelegger Jan Smeeing uit Metslawier heeft het hoogste bod uitgebracht op het landhuis Rinsma State in Driezum. Smeeing heeft €1.7 miljoen geboden op de gerestaureerde state en was daarmee de hoogste van vier bieders. Rinsma State was enkele jaren in handen van oud-bankier Dirk Scheringa. Na het faillissement van het DSB concern kwam het landhuis te koop te staan.
meer...www.waldnet.nl/wn/nieuws/31172/
Bronnen:
Tekst: Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa
Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Rinsma State, familiehuis gemeentehuis door W. Loonstra, 1975
Leeuwarder Courant 25-02-1998
www.stinseninfriesland.nl/RinsmaState.htm
Aantekeningen van J. Leemburg
Rinsma state, Van Sytzama tot Scheringa, Penn Uitgeverij 2008, Lammert de Hoop.
www.waldnet.nl,www.steenhouwer.nl
Geschiedenis van het monument:
- Naam:
- Hoeder fan 'e frede
- Plaats:
- Tsjerkestrjitte 9114 RK Driezum (gemeente Dantumadiel) Fryslân
- Onthulling:
- 29 april 2004
- Ontwerper:
- Oene van der Veen

Foto: Dorpsbelangen Driezum
Overige informatie
Het monument is geplaatst op de kruising Tsjerkestrjitte/Canterstrjitte te Driezum (gemeente Dantumadiel).
Beschrijving
Het oorlogsmonument in Driezum (gemeente Dantumadiel) is een houten standbeeld van een staande mannenfiguur met een vogel op zijn arm, voorstellende 'Herder van de vrede'. Het beeld is geplaatst op een voetstuk. Rondom het beeld zijn vijf zwerfkeien geplaatst. Op elke steen is een koperen gedenkplaatje aangebracht. Het geheel is geplaatst op een plateau met twee treden. Achter het beeld bevindt zich een laag muurtje van rode baksteen.Op het muurtje is een koperen plaquette aangebracht.
JAN DIJKSTRA
WACHTMEESTER
DRIESUM 6 FEBRUARI 1911
ZEIST 13 MEI 1940
JAN DIJKSTRA
JAN DANTUMA
DRIESUM 25 OKTOBER 1915
NOORD ATLANTISCHE OCEAAN 11 NOVEMBER 1941
JAN DANTUMA
GAELE POSTMA
DRIESUM 16 FEBRUARI 1921
DOKKUM 26 JANUARI 1945
GAELE POSTMA
ANNE HAAKMA
WIERINGEN 27 JULI 1924
DUISBERG 18 APRIL 1945
ANNE HAAKMA
JACOB VAN DER MEULEN
SERGEANT
WOUTERSWOUDE 15 OKTOBER 1922
BANTOEL 15 MEI 1949
JACOB VAN DER MEULEN
Geschiedenis
Het oorlogsmonument in Driezum (gemeente Dantumadiel) is opgericht ter nagedachtenis aan vijf dorpsgenoten die in de Tweede Wereldoorlog of tijdens de politionele acties in het voormalige Nederlands-Indië door oorlogshandelingen zijn omgekomen, te weten: Anne Haakma, Gaele Postma, Jan Dantuma, wachtmeester Jan Dijkstra en sergeant Jacob van der Meulen.
Het monument is onthuld op 29 april 2004 door burgemeester J.Eggens. De naamkaartjes op de keien werden onthuld door familieleden van de slachtoffers en de naam van het beeld werd onthuld door de beeldhouwer, de heer Oene van der Veen uit Giekerk. Hierna werd door burgemeester Eggens en mevrouw T. v.d. Berg van Dorpsbelang Driezum een krans gelegd. Ook de familieleden van de oorlogsslachtoffers, de Vereniging van Oud-Indiëstrijders, Dorpsbelang Wouterswoude en enkele anderen legden bloemen en kransen. De oprichting van het gedenkteken was een initiatief van Dorpsbelangen Driezum.
Voorafgaand aan de onthulling van het monument werd een bijeenkomst gehouden in de N.H. Kerk te Driezum. In een toespraak vertelde Jouke Dantuma hoe de dorpsgenoten om het leven waren gekomen:
18 juni 1942, bijna 62 jaar geleden ook op een donderdag: mijn beppe Gertsje Dantuma-van der Zee was samen met Froukje Kramer bezig de kerk schoon te vegen. Zij had al maanden niks meer gehoord van haar zoon Jan, die vanaf 1939 voer op diverse koopvaardijschepen. Beppe Gertsje had het hier in het begin erg moeilijk mee. Ze had haar man al op jonge leeftijd verloren en nu een zoon die graag de zee op wou. Het was dominee van der Hoek die haar overtuigde om haar zoon los te laten, want de liefde voor de zee kies je niet het zit in je bloed. En Geertje van der Zee wist dit ook, want zij kwam uit een schippersfamilie uit Wierum en zowel haar vader, grootvader en broers kozen voor de zee. Haar ongerustheid was ook om een andere reden zeer begrijpbaar, want de wereld stond in brand en overal woedde die verrekte oorlog. Het is dezelfde dag dat dominee Abma deze kerk binnenliep en richting Beppe Gertsje liep, die als weduwe de moeilijke dertiger jaren had meegemaakt. Op dat moment zal zij hebben geweten van dominees onheilspellende boodschap. Dominee vertelde dat hij van het Rode Kruis bericht had ontvangen dat het schip met daarop haar zoon is getorpedeerd en daarbij het leven liet. Overmand door immens verdriet liep zij naar haar woninkje aan de Achterweg. Jan Dantuma "Boebak" kreeg geen laatste rustplaats in zijn geboortedorp, waar hij als levenslustige jongeman is opgegroeid. Hij kreeg een zeemansgraf en de familie heeft nooit afscheid van hem kunnen nemen. Hoe verschrikkelijk moet dit zijn en was er misschien een stille hoop bij beppe Geertje dat op zekere dag haar zoon weer "folk" zou roepen? Jan Dantuma werd slechts 26 jaar jong.
Hoe verantwoord is om iemand uit de handen van de Duitse bezetters te houden, die volledig was geïnformeerd over het verzet en waar men vanuit ging dat hij de Duitse verhoormethode niet zou doorstaan, met de kans dat de Duitsers represailles (wraak) zouden nemen. Voor de meeste nabestaanden van de twintig slachtoffers van de grootste massa-executie in Friesland zal het antwoord ongetwijfeld zijn dat dit "achteraf" onverantwoord is geweest. Gaele Postma was één van die twintig personen die in koelen bloede is geëxecuteerd. Dit was de wraak van de Duitser voor het feit dat bij de bevrijding van de Dokkumer apotheker Gunster die bij de brug van De Valom plaatsvond, twee Duitsers werden vermoord. De wreedheid van de Duitsers werd bij het executieproces benadrukt. Op bevel van de commandant van de Sicherheits Dienst Arthur Wilhelm Albrecht, waren alle soldaten van de Dienststelle verplicht aan deze door hem genoemde "wraak" deel te nemen. Te Dokkum werden de 20 personen op de grond gelegd en werd de burgemeester opgetrommeld als ooggetuige. De gevangene werden in ploegen van vijf terechtgesteld. Gedurende deze handelingen ontpopte Albrecht zich als een ware Sadist. In plaats van bevelen kort en bondig te geven, liet hij alles opzettelijk lang duren. De burgemeester kreeg opdracht om ter afschrikking de lijken 24 uur te laten liggen. Zelfs een landgenoot, Jan Meekhof, behoorde tot het Duitse vuurpeleton. In het proces-verbaal van Albrecht kunnen we geen enkel spoor van spijt terugvinden. Hij wordt tot de doodstraf veroordeeld. Dit lot was Jan Meekhof ook beschoren, maar deze straf werd omgezet in 22 jaar gevangenisstraf, waarvan hij een aantal jaren heeft uitgezeten. De vraag die blijft hoe kan een mens zich verlagen tot een niveau dat bijna met geen pen is te beschrijven. Velen dachten dat na de tweede oorlog dit nooit meer plaats zou vinden. Intussen weten wij wel beter. De boerefeint Geale Postma, werd begraven in Dokkum en op 19 juli 1945 herbegraven in Wouterswoude. Friesland was inmiddels bevrijd een bevrijding die hem op de valreep op brute wijze is ontnomen. Geale Postma werd slechts 23 jaar jong.
11 dec. 1948. We hebben een lintje met machtiging op de borst gespeld gekregen. Dat is voor de orde en rust die wij in dit land gebracht hebben. Overigens moet je daar wel een vraagteken achter zetten. Djoka verwacht binnen 6 weken een tweede politionele actie. 19 dec. 1948. Zondagmorgen 4.00 uur is het reveille, klaar voor actie. Er is een grote spanning onder de jongens. Het wordt een moeilijke tijd, actie op actie. We hebben al 16 gesneuvelden binnen een maand. We hebben veel zieken Van een heel peloton kunnen we nog maar 10 man bij elkaar krijgen voor een actie.
15 mei 1949. Ze komen steeds dichterbij. We liggen nog op de brits, maar gaan toch maar opstaan want ze schieten de dakpannen in flarden. Ze zijn behoorlijk dicht bij ons kamp. Om 9.00 uur moet ik op een omsingelingspatrouille en het valt niet eens mee om buiten het kamp te komen. Jaap is in het kamp gebleven mede ter verdediging van het kamp. Tegen één uur is het geklaard en gaan wij terug naar het kamp en kom ik te weten dat mijn allerbeste vriend Japie, gesneuveld is. Drie jaar lang zijn wij bij elkaar geweest, hebben lief en leed samen gedeeld. Je plaatsje naast mijn bed blijft voor altijd leeg. Dit moet het afscheid zijn maar in mijn verdere leven blijf jij bestaan als mijn allertrouwste vriend.
Dit waren enkele passage uit een schriftelijk verslag van Jacob van der Meulen's beste maat, Piet Boersma uit Anjum. En ik vraag mij hierbij af waarom onze soldaten die in het verre Ned. Indie voor het vaderland streden na deze oorlog niet de waardering hebben gekregen waarop men recht zouden hebben. De "gewone" soldaat die niets meer dan zijn plicht vervulde is afgerekend op beslissingen die door de Heren in Den Haag zijn genomen. Onbegrijpelijk!! Meester Jongsma typeerde Jacob van der Meulen als volgt: "Eertijds waren de idealen te zien die in zijn verder leven naar voren zijn gekomen, toen was hij een jongen, vurig van temperament voor 't oog soms een beetje onverschillig, maar al 't er op aankwam, paraat eerlijk en oprecht, toen vol jongsavontuur". Jacob van der Meulen werd slechts 26 jaar jong.
De zoektocht naar het verblijf van Anne Haakma in Duitsland leverde verrassende resultaten op. Ook een foto van Anne Haakma ontbrak bij de familie. Deze hebben wij naar avonden zoeken in het archief kunnen achterhalen. Gosse Minnema heeft het fotoarchief van Johannes Minnema aan de gemeente Dantumadeel geschonken. Duizenden foto's heeft deze fotograaf gemaakt van vooral pasfoto's op de persoonsbewijzen die iedereen vanaf 15 jaar bij zich moest dragen. Wij vonden 3 negatieven van een Anne Haakma, bij ééntje was het direct bingo. Tjipke Haakma herkende zijn broer dadelijk. Anne Haakma stierf totaal uitgeput in het St Barbara krankenhuis. Anne Haakma werd slechts 20 jaar.
Jan Dijkstra is bij de verdediging van de Grebbelinie in het stellingsgebied Treek dodelijk getroffen bij een aanval van Duitse Stuka's. De feitelijke gebeurtenissen zijn nog steeds wazig. Ik had gehoopt dat de gevechtsverslagen uitsluitsel zouden geven, maar een telefoontje naar het Ministerie van Defensie vandaag gaf dat deze nog niet terug zijn, van restauratiewerkzaamheden. Jan Dijkstra zullen bij velen een onbekende Driezumer zijn. Op straat en in de kroeg vroegen vele zich af wie is deze oud-Driezumer. Toen werd verteld dat het broer van Lykele van Sieds en Gerritje was, gingen bij de ouderen vaak een lichtje branden.
zie ook: http://www.4en5mei.nl/oorlogsmonumenten/zoeken/monument-detail/_rp_main_elementId/1_16812

.jpg)
.jpg)
.jpg)



.png)









